Uitspraak
21.3086 WLZ
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, bekend met diverse medische aandoeningen waaronder schouderklachten, CRPS, PTSS en depressie, diende op 20 mei 2019 een aanvraag in voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ wees deze aanvraag af op basis van het medisch advies dat geen medische noodzaak voor 24-uurs zorg werd vastgesteld.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond, waarbij werd overwogen dat de medische adviezen zorgvuldig en gemotiveerd waren en dat de beperkingen van appellante geen noodzaak voor permanente zorg rechtvaardigden. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar gezondheidstoestand verslechterd was en dat het CIZ onvoldoende rekening had gehouden met haar psychische en fysieke klachten.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en concludeerde dat de medische adviezen een juist beeld geven van de situatie tijdens de beoordelingsperiode. Latere verslechteringen konden niet in deze procedure worden betrokken. Ook het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen, omdat de totale duur van de procedure binnen de wettelijke termijnen bleef.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en wees het verzoek tot schadevergoeding af.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor zorg op grond van de Wlz wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.