Uitspraak
Overwegingen
Beslissing
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (Minister van Justitie en Veiligheid) tot betaling aan appellant van een vergoeding van schade tot een bedrag van € 500,-.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een rechtshulpverlener, maakte namens zijn cliënt bezwaar tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Stein waarin proceskostenvergoedingen werden verrekend met openstaande vorderingen van de cliënt. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat appellant geen zelfstandig belang had bij het verrekeningsbesluit, maar slechts een afgeleid belang als gemachtigde van zijn cliënt.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overwoog dat het enkele feit dat appellant gemachtigde is en het besluit aan hem is gericht, niet betekent dat hij een zelfstandig belang heeft bij het besluit. De Raad verwierp het verweer van appellant dat hij nadeel ondervindt van de handelwijze van het college en dat er geen belangenafweging plaatsvindt.
Daarnaast kende de Raad appellant een schadevergoeding toe van € 500,- wegens overschrijding van de redelijke termijn, aangezien de procedure langer dan vier jaar duurde. Appellant kreeg geen proceskostenvergoeding voor het indienen van het verzoek om schadevergoeding omdat hij zich niet door een rechtshulpverlener liet bijstaan.
De uitspraak bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar en legt de Staat der Nederlanden een schadevergoeding op aan appellant.
Uitkomst: Bezwaar van appellant tegen verrekeningsbesluit is niet-ontvankelijk verklaard; schadevergoeding van € 500,- toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.