ECLI:NL:CRVB:2023:533
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing militair invaliditeitspensioen wegens ontbreken dienstverband met luchtwegproblematiek
Appellant was militair van 1995 tot 2001 en reservist tot 2008, met meerdere uitzendingen naar Bosnië. Hij verzocht in 2015 om een militair invaliditeitspensioen vanwege luchtwegklachten, maar dit werd afgewezen omdat geen onderliggende ziekte of gebrek kon worden vastgesteld conform het Besluit AO/IV.
De Raad oordeelde in 2021 dat appellant wel degelijk een reëel en toenemend klachtenbeeld heeft, maar dat een sluitende diagnose ontbreekt. De Raad stelde dat het besluit van de staatssecretaris om de aanvraag af te wijzen enkel vanwege het ontbreken van een diagnose onterecht was en dat nader medisch onderzoek nodig was.
De staatssecretaris handhaafde in 2022 de afwijzing op grond van een advies van een verzekeringsarts, die concludeerde dat de luchtwegproblematiek niet aan de militaire dienst kan worden toegeschreven. De Raad stelt dat dit besluit voldoende is gemotiveerd en dat appellant geen nieuwe medische gegevens heeft aangeleverd die dit tegenspreken.
Verder is de relatie met blootstelling aan chroom VI tijdens uitzendingen niet meegenomen bij de beoordeling omdat deze relatie pas na de peildatum (30 maart 2015) is gelegd. Appellant kan hiervoor een nieuwe aanvraag indienen.
De Raad verklaart het beroep ongegrond en wijst het af, zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het militair invaliditeitspensioen wordt ongegrond verklaard.