Appellante, met lichamelijke en psychische beperkingen, vroeg bij het college van burgemeester en wethouders van Almere om een maatwerkvoorziening autoaanpassing op grond van de Wmo 2015. Het college wees de aanvraag in eerste instantie af wegens ontbrekende toestemming voor medisch advies. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep trok het college het oorspronkelijke besluit in en verstrekte een pgb voor autoaanpassing, maar appellante vond dit onvoldoende.
De Raad beoordeelde drie opeenvolgende besluiten waarbij het laatste besluit een pgb van €15.283,42 toekende. Appellante betoogde dat het college ten onrechte geen beslissing nam over een financiële tegemoetkoming voor meerkosten en over de verschuldigdheid van een dwangsom. De Raad oordeelde dat geen aanvraag voor financiële tegemoetkoming was ingediend, maar dat het college wel in gebreke was gebleven en daardoor een dwangsom verschuldigd was.
De Raad stelde de dwangsom vast op €1.260,- en vernietigde het besluit voor zover het geen beslissing bevatte over de dwangsom. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan concrete onderbouwing. Het college werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.