ECLI:NL:CRVB:2023:51
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden en ligbad bevestigd
Appellante, geboren in 1967, diende een aanvraag in bij het college van burgemeester en wethouders van Gilze en Rijen voor een maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden en een woningaanpassing, te weten een ligbad, op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
Het college wees de aanvraag af omdat de meerderjarige inwonende zoon en de partner van appellante als gebruikelijke hulp de huishoudelijke taken kunnen verrichten. Ook was er geen noodzaak voor een ligbad omdat appellante geen beperkingen ondervindt bij het gebruik van de bestaande douchevoorzieningen.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en oordeelde dat de hulp van de zoon en partner voldoende is en dat een ligbad niet noodzakelijk is. Appellante stelde in hoger beroep dat de hulp beperkt is vanwege medische beperkingen van haar partner en de drukke werkzaamheden en astma van haar zoon, en dat alleen een ligbad passend zou zijn.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank volledig. Er waren geen nieuwe gronden die een ander oordeel rechtvaardigden. Ook ontbraken medische gegevens die het gebruik van de douche onmogelijk maken. De Raad bevestigde dat er geen te compenseren beperkingen zijn in de zelfredzaamheid of participatie en dat het college terecht de maatwerkvoorziening niet heeft toegekend.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag voor hulp bij het huishouden en een ligbad wordt terecht afgewezen omdat gebruikelijke hulp beschikbaar is en geen medische noodzaak voor een ligbad bestaat.