ECLI:NL:CRVB:2023:473
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zorgvuldigheid medisch onderzoek en geschiktheid functies bij intrekking ZW-uitkering
De Centrale Raad van Beroep behandelt het hoger beroep van appellant tegen het besluit van het UWV tot intrekking van zijn Ziektewet-uitkering per 8 november 2019. Eerder was vastgesteld dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, waarna het UWV een nieuw onderzoek liet uitvoeren door een geregistreerde verzekeringsarts bezwaar en beroep.
Appellant betwistte de geschiktheid van de voorgestelde functies en stelde dat het onderzoek nog steeds onzorgvuldig was, onder meer vanwege onvoldoende kennis van zijn dossier en onjuiste inschatting van zijn beperkingen. Ook voerde hij aan dat de functies niet passend waren vanwege taalproblemen, tempodwang en werkomstandigheden.
De Raad oordeelt dat het nieuwe medisch onderzoek wel voldoet aan de zorgvuldigheidseisen, met een uitgebreid spreekuuronderzoek en een gedetailleerde Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) waarin meer beperkingen zijn opgenomen dan voorheen. De arbeidsdeskundige heeft vervolgens overtuigend gemotiveerd dat de functies binnen de belastbaarheid van appellant blijven, dat hij de HACCP-cursus kan volgen en dat de functies geschikt zijn ondanks de genoemde bezwaren.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het verzoek om schadevergoeding afgewezen, en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant. Het griffierecht wordt aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de ZW-uitkering wordt ongegrond verklaard en de uitkering blijft beëindigd.