ECLI:NL:CRVB:2023:467
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Tijdens de procedure heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg een herziene beslissing op bezwaar genomen, waarbij zij geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellant. Naar aanleiding hiervan heeft appellant het hoger beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling van het college.
De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten aangezien het college geen verweerschrift heeft ingediend en het hoger beroep was ingetrokken. Op grond van de toepasselijke artikelen uit de Algemene wet bestuursrecht is het college veroordeeld tot betaling van de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in zowel de beroeps- als hoger beroepsfase.
De proceskosten zijn begroot op €1.674,- voor de beroepsfase en €2.511,- voor de hoger beroepsfase, samen een totaal van €4.185,-. De uitspraak is gedaan door J.J. Janssen namens de Centrale Raad van Beroep op 14 maart 2023.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg is veroordeeld tot betaling van €4.185,- aan proceskosten aan appellant.