Uitspraak
Totstandkoming van het besluit
Uitspraak van de rechtbank
Beoordeling door de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt de Kroon in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 837,-.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam als militair bij de Koninklijke Landmacht, werd ontslagen wegens wangedrag na meerdere meldingen van ongewenst gedrag tussen december 2018 en mei 2019. Na een intern onderzoek en diverse besluiten, waaronder een koninklijk besluit, werd appellant formeel ontslagen per 1 april 2020. Appellant maakte bezwaar tegen het ontslagbesluit, dat door de minister ongegrond werd verklaard. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar ontvankelijk was ondanks een bevoegdheidsgebrek, dat zij echter passeerde omdat appellant hierdoor niet benadeeld was. Tevens stelde de rechtbank vast dat het ontslag niet onevenredig was en dat het wangedrag toerekenbaar was.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep van appellant en het incidenteel hoger beroep van de Kroon behandeld. De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank dat het bevoegdheidsgebrek niet tot benadeling heeft geleid en dat het ontslag terecht is verleend op grond van toerekenbaar wangedrag. Het wangedrag bestond uit een heimelijke affectieve relatie met een ondergeschikte, ongepast fysiek contact, ongewenst betreden van een legeringskamer en het sturen van ongepaste berichten. Appellant betwistte de gedragingen niet maar voerde aan dat het ontslag onevenredig was, hetgeen door de Raad werd verworpen.
De Raad benadrukte het zwaarwegende belang van Defensie bij integer en betrouwbaar personeel en het feit dat het wangedrag zich over een langere periode voordeed en gericht was tegen meerdere ondergeschikten. Appellant toonde geen inzicht in de ernst van zijn gedrag. De Raad bevestigt het ontslag en veroordeelt de Kroon tot vergoeding van proceskosten aan appellant wegens het niet slagen van het incidenteel hoger beroep.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens toerekenbaar wangedrag wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.