ECLI:NL:CRVB:2023:436
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WIA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid appellant
Appellant was werkzaam als bewaker van een fietsenstalling en viel in 2012 uit wegens darmklachten. Het UWV kende hem vanaf 2014 een WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 100%. Na een herbeoordeling in 2021 stelde het UWV de arbeidsongeschiktheid vast op 43,42%, later bij bezwaar verhoogd naar 49,71%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep haar oordeel baseerde op dossieronderzoek, een telefonisch spreekuur en recente medische informatie, en geen nieuwe medische gegevens werden overgelegd die een verslechtering aantonen. Appellant voerde in hoger beroep aan volledig arbeidsongeschikt te zijn, maar leverde geen nieuwe medische informatie.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtbankuitspraak en oordeelt dat de functies die aan appellant zijn toegerekend medisch passend zijn. De Raad wijst erop dat de datum in geding correct is vastgesteld op 21 februari 2021 en dat de medische beoordeling en functiebeoordeling zorgvuldig en deugdelijk zijn gemotiveerd.
De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt het bestreden besluit, zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV wordt bevestigd met een arbeidsongeschiktheid van 49,71%.