Uitspraak
20 3383 WAJONG
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant vroeg een Wajong-uitkering aan vanwege fysieke klachten, een verstandelijke beperking en psychiatrische problematiek. Het UWV wees de aanvraag af omdat appellant weliswaar geen arbeidsvermogen heeft, maar dit niet duurzaam is. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit vanwege onvoldoende onderbouwing door het UWV, maar stelde dat met aanvullend onderzoek de ontwikkelingsmogelijkheden van appellant wel konden worden aangetoond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het ontbreken van arbeidsvermogen wel duurzaam is en dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn beperkingen en de informatie van behandelaars en begeleiders. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat appellant nog ontwikkelingsmogelijkheden heeft, mede door stabiliteit in woon- en werkomgeving en begeleiding.
De Raad concludeerde dat appellant niet voldoet aan de voorwaarden voor een Wajong-uitkering omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de Wajong-uitkering wordt bevestigd.