ECLI:NL:CRVB:2023:333
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens gewijzigde beslissing UWV
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Tijdens de procedure heeft het UWV op 9 juni 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Hierdoor heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding.
De Raad heeft op basis van artikel 8:75a Awb en artikel 8:108 Awb Pro onderzocht of het UWV in de proceskosten veroordeeld kon worden. De proceskosten voor rechtsbijstand in beroep en hoger beroep zijn begroot op in totaal € 4.185,-. Daarnaast is de vergoeding van het rapport van De Landelijke Expertisebalie deels toegewezen, waarbij alleen de uren van de medisch adviseurs zijn vergoed tot een bedrag van € 964,48.
De kosten voor de arbeidsdeskundige, administratiekosten en kosten voor het opvragen van medische gegevens zijn niet voor vergoeding in aanmerking gekomen. De totale proceskostenveroordeling bedraagt € 5.149,48. Appellante kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het UWV verhalen.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 22 februari 2023.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 5.149,48 aan proceskosten aan appellante na intrekking van het hoger beroep.