ECLI:NL:CRVB:2023:319
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag persoonsgebonden budget op grond van Wmo 2015
Appellant heeft op 17 oktober 2019 een aanvraag ingediend voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het college van burgemeester en wethouders van Hengelo heeft deze aanvraag bij besluit van 8 november 2019 afgewezen, waarbij het college zich baseerde op artikel 2.3.6, vijfde lid, aanhef en onder b, van de Wmo 2015. Deze afwijzing is gehandhaafd bij een beslissing op bezwaar van 15 mei 2020.
De rechtbank Overijssel heeft het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond verklaard. Appellant is hiertegen in hoger beroep gegaan bij de Centrale Raad van Beroep. Tijdens het hoger beroep heeft appellant bevestigd dat hij enkel in aanmerking wilde komen voor een pgb om diensten bij Zorgcentra Het Mozaïek te betrekken.
De Raad stelt vast dat het college eerder op 5 maart 2019 een besluit heeft genomen op basis van artikel 2.3.10, eerste lid, onderdeel e, van de Wmo 2015. Artikel 2.3.6, vijfde lid, aanhef en onder b, van de Wmo 2015 maakt het mogelijk een pgb te weigeren indien eerder genoemde bepaling is toegepast. Omdat appellant geen beroepsgronden heeft aangevoerd tegen deze specifieke weigeringsgrond, kan het hoger beroep niet slagen. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor een persoonsgebonden budget en wijst het hoger beroep af.