Uitspraak
21 2630 WIA
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
expertise-onderzoek te bekostigen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, laatstelijk werkzaam als interieurbouwer, meldde zich in 2010 ziek met psychische klachten. Na een initiële afwijzing van de WIA-uitkering werd hem in 2013 een WGA-loonaanvullingsuitkering toegekend wegens een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. In 2019 vond een herbeoordeling plaats waarbij een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige vaststelden dat appellant belastbaar was met een arbeidsongeschiktheid van 24,29%. Het UWV beëindigde daarop de uitkering per 4 november 2019.
Appellant stelde in bezwaar en hoger beroep dat zijn psychische beperkingen werden onderschat en dat hij onvoldoende gelegenheid had gehad om nieuwe medische informatie in te dienen. Ook verwees hij naar een Wmo-voorziening voor specialistische begeleiding. De rechtbank en de Raad oordeelden echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was uitgevoerd, dat de beperkingen juist waren vastgesteld en dat de Wmo-voorziening een ander beoordelingskader kent dan de Wet WIA.
De Raad wees het beroep op het beginsel van equality of arms af omdat appellant onvoldoende medische onderbouwing leverde voor verdergaande beperkingen en geen aanleiding bestond voor een aanvullend medisch onderzoek. De arbeidsdeskundige had bovendien afdoende gemotiveerd dat de geselecteerde functies passend waren. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht de WGA-loonaanvullingsuitkering heeft beëindigd wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.