ECLI:NL:CRVB:2023:2472
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar intrekking bijstand en bevestiging boete wegens schending inlichtingenplicht
Appellant ontvangt sinds 2017 bijstand en stond onder bewind. Na een politieonderzoek waarbij appellant meerdere malen werd staande gehouden met grote geldbedragen en dure gehuurde auto's, startte het college een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand. Appellant reageerde niet op verzoeken om informatie en verscheen niet op gesprekken, waarna het college de bijstand introk en terugvorderde.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Appellant stelde dat zijn bewindvoerder hem niet had geïnformeerd, maar dit werd niet als verschoonbaar erkend. Daarnaast legde het college een boete op wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht, welke door appellant werd betwist.
De Raad oordeelde dat het handelen of nalaten van de bewindvoerder voor rekening van appellant komt en dat appellant de inlichtingenplicht heeft geschonden. De boete is passend gelet op de ernst van de overtreding en verwijtbaarheid. Appellant gaf onvoldoende inzicht in zijn financiële draagkracht om matiging te rechtvaardigen.
De Raad bevestigt de uitspraken van de rechtbank en verklaart de hoger beroepen ongegrond. Hierdoor blijven de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar en de boete in stand. Appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Raad bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar en de opgelegde boete wegens schending van de inlichtingenplicht.