ECLI:NL:CRVB:2023:2341
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag woningaanpassingen op grond van de WMO 2015 bevestigd
Appellant, met een aangeboren spieraandoening en gebruikmakend van een elektrische rolstoel, vroeg op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (WMO 2015) om woningaanpassingen zoals een in hoogte verstelbaar keukenblad en wastafel om zelfstandiger te kunnen functioneren.
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht wees de aanvraag af, gesteund op een medisch advies van Oreon. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat het college het Oreon-rapport terecht als basis gebruikte en appellant zijn stellingen onvoldoende met objectieve gegevens onderbouwde.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn knelpunten niet medisch van aard zijn en dat hij daarom geen medische stukken hoefde te overleggen. De Raad oordeelde echter dat het college het advies van Oreon mocht volgen, dat zorgvuldig tot stand kwam via huisbezoek en overleg met de ergotherapeut. Appellant kon niet aantonen dat het advies onjuist was en had bijvoorbeeld een reactie van zijn ergotherapeut kunnen inbrengen.
De Raad concludeerde dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor zijn beweringen over praktische problemen en hulpverlening. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de aanvraag voor woningaanpassingen op grond van de WMO 2015 bevestigd.