ECLI:NL:CRVB:2023:2319
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toeslag met terugwerkende kracht voor pleegkind
Appellant, houder van een Wajong-uitkering, heeft meerdere keren een toeslag aangevraagd op grond van de Toeslagenwet (TW) vanwege de zorg voor een pleegkind. Na eerdere afwijzingen in 2011 en 2015, werd in 2020 een toeslag toegekend met ingang van één jaar terugwerkende kracht. Appellant maakte bezwaar tegen deze ingangsdatum en stelde dat de toeslag al vanaf 2011 had moeten gelden.
De rechtbank Gelderland oordeelde dat het Uwv terecht geen toeslag met een langere terugwerkende kracht heeft toegekend, omdat geen sprake was van een bijzonder geval zoals bedoeld in artikel 11 van Pro de TW. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn pleegkind feitelijk vanaf 2011 inwonend was en dat het aanvraagformulier in 2011 onvolledig was. Tevens deed hij een beroep op het evenredigheidsbeginsel.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraak en stelt dat het Uwv terecht heeft gehandeld binnen de wettelijke kaders. Er is geen reden om af te wijken van de maximale terugwerkende kracht van één jaar, en het evenredigheidsbeginsel is niet van toepassing binnen de TW. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de toeslag wordt toegekend met maximaal één jaar terugwerkende kracht.