ECLI:NL:CRVB:2014:4014
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Geen bijzondere toeslagverlening bij late aanvraag na intrekking WAZ-uitkering
Appellante ontving een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAZ, die per 1 februari 2009 werd geschorst en later ingetrokken. Na bezwaar werd haar uitkering per die datum ongewijzigd voortgezet. Vervolgens vroeg zij een toeslag aan op grond van de Toeslagenwet (TW) met ingang van 30 oktober 2010, maar het UWV stelde dat toeslag niet met terugwerkende kracht meer dan een jaar kan worden toegekend.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van een bijzonder geval dat een afwijking van deze hoofdregel rechtvaardigt. Appellante stelde in hoger beroep dat zij onterecht niet als bijzonder geval werd aangemerkt, omdat zij pas definitief recht op de uitkering kreeg na de uitspraak van de rechtbank in november 2011 en het voor haar zinloos was eerder een toeslag aan te vragen.
De Raad overweegt dat onbekendheid met de aanvraagvoorwaarden geen bijzonder geval vormt en dat appellante reeds vanaf 1 juli 2003 een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontving, waardoor zij ook eerder een toeslag had kunnen aanvragen. Daarom wordt het hoger beroep verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de toeslag wordt niet met terugwerkende kracht toegekend.