ECLI:NL:CRVB:2023:23
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen intrekking bijstand en terugvordering onterecht
Appellant had bijstand ontvangen die door het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling Avres werd ingetrokken over de periode van 1 mei 2019 tot 1 augustus 2019. Tevens werd een bedrag van € 2.603,72 teruggevorderd en een boete van € 618,24 opgelegd wegens vermeende schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank Rotterdam verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond.
In hoger beroep stelde het dagelijks bestuur zich op het standpunt dat het intrekken van de bijstand onterecht was en dat daarmee ook de grondslag voor de terugvordering en boete was komen te vervallen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het dagelijks bestuur ten onrechte de bijstand had ingetrokken en daardoor ook ten onrechte de terugvordering en boete had opgelegd.
De Raad verklaarde de beroepen gegrond, vernietigde de bestreden besluiten en herroept de terugvorderings- en boetebesluiten. Van verdere behandeling werd afgezien omdat het hoger beroep kennelijk gegrond was. Tevens werd bepaald dat het dagelijks bestuur de betaalde griffierechten aan appellant vergoedt.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de besluiten tot intrekking van bijstand, terugvordering en boete en herroept deze.