ECLI:NL:CRVB:2023:2280
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op extra maatwerkvoorzieningen Wmo 2015 afgewezen in hoger beroep
Appellante, geboren in 1974, heeft fysieke en psychische klachten en verzocht het college van burgemeester en wethouders van Heerlen om diverse maatwerkvoorzieningen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
Na een reeks besluiten en bezwaarprocedures werd door de rechtbank vastgesteld dat appellante recht had op individuele begeleiding voor 7 uur per week vanaf 5 juli 2018 tot 1 oktober 2019, maar niet op andere voorzieningen zoals rolstoelaanpassingen of een gehandicaptenparkeerkaart type passagier. Het college verlaagde later de begeleiding naar 3,5 uur per week. De rechtbank volgde een door haar benoemde revalidatiearts als deskundige, die geen noodzaak zag voor aanvullende voorzieningen of meer uren begeleiding.
Appellante stelde in hoger beroep dat het onderzoek niet zorgvuldig was en dat ook een psychiater als deskundige had moeten worden ingeschakeld. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en de revalidatiearts, oordeelde dat de psychische beperkingen voldoende waren onderzocht door de GGD en wees het verzoek om een psychiater af. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en appellante kreeg geen proceskostenvergoeding.
De Raad benadrukte dat de deskundige zijn conclusies overtuigend motiveerde en dat de door appellante aangedragen informatie van haar behandelaars geen aanleiding gaf tot een ander oordeel. Ook werd vastgesteld dat de scootmobiel en het collectief vervoer passend zijn en dat appellante zelfstandig kan autorijden, waardoor extra voorzieningen niet noodzakelijk zijn.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; appellante krijgt geen extra maatwerkvoorzieningen toegekend.