ECLI:NL:CRVB:2023:2267
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering nabestaandenuitkering wegens ontbreken Anw-verzekering overleden echtgenoot
Appellante, woonachtig in Tunesië, verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) na het overlijden van haar echtgenoot in 2017. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees dit verzoek af omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de Anw noch voor de Tunesische wettelijke regeling op het moment van overlijden.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat geen recht op uitkering bestond omdat de echtgenoot niet in Nederland woonde of werkte en ook niet vrijwillig verzekerd was. Ook het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en Tunesië bood geen grond voor toekenning.
In hoger beroep betoogde appellante dat haar echtgenoot een Tunesisch ouderdomspensioen ontving en dat de Tunesische sociale zekerheidsinstantie (CNSS) dit had omgezet in een nabestaandenpensioen, wat volgens haar duidde op verzekering. De Svb stelde echter dat het ontvangen van een nabestaandenpensioen niet betekent dat de overledene op dat moment verzekerd was en wees op het ontbreken van verzekeringstijdvakken na pensionering.
De Raad oordeelde dat artikel 24, tweede lid, van het Nederlands-Tunesisch verdrag alleen een fictieve verzekering toekent indien de overledene daadwerkelijk verzekerd was en premie verschuldigd was op het moment van overlijden. Dit was niet het geval. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de weigering van de nabestaandenuitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de nabestaandenuitkering wegens het ontbreken van Anw-verzekering op het moment van overlijden.