Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Tijdens de procedure heeft het UWV op 9 mei 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen waarin het volledig tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellant. Hierdoor heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
De Centrale Raad van Beroep heeft vervolgens overwogen dat op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens volledige tegemoetkoming in de kosten kan worden veroordeeld. De Raad heeft vastgesteld dat er geen grond bestaat voor vergoeding van kosten in de bezwaarfase, maar wel voor de kosten in beroep en hoger beroep.
De proceskostenvergoeding is vastgesteld op in totaal €3.766,50, gebaseerd op punten toegekend voor het indienen van beroeps- en hogerberoepschrift, verschijnen ter zitting en een reactie op het gewijzigde besluit. Daarnaast is het UWV veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €179.
De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander namens de Centrale Raad van Beroep op 23 november 2023.