ECLI:NL:CRVB:2023:2034

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 november 2023
Publicatiedatum
6 november 2023
Zaaknummer
21/4037 WAJONG
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:88 AwbArt. 8:118 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep door UWV

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord Nederland. Betrokkene diende een verweerschrift in. Vervolgens trok het UWV het hoger beroep in op 27 september 2022. Betrokkene verzocht daarop om een proceskostenveroordeling tegen het UWV.

De Centrale Raad van Beroep heeft op grond van artikel 8:118, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 Awb Pro geoordeeld dat het UWV in de proceskosten moet worden veroordeeld. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten omdat het UWV geen verweerschrift heeft ingediend na het verzoek van betrokkene.

De proceskosten zijn begroot op € 837,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door rechter E.J.J.M. Weyers op 2 november 2023.

Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van € 837,- aan proceskosten aan betrokkene.

Uitspraak

21 4037 WAJONG

Datum uitspraak: 2 november 2023
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:88 en 8:118 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord Nederland van 5 november 2021, 20/3307 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Het Uwv heeft hoger beroep ingesteld.
Betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.
Het Uwv heeft op 27 september 2022 het hoger beroep ingetrokken.
Betrokkene heeft verzocht om veroordeling van het Uwv in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 837,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand (1 punt voor het indienen van een verweerschrift).

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 837,-
Deze uitspraak is gedaan door E.J.J.M. Weyers, in tegenwoordigheid van S.C. Scholten als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 november 2023.
(getekend) E.J.J.M. Weyers
(getekend) S.C. Scholten