Uitspraak
OVERWEGINGEN
Samenvatting
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 21 februari 2023 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, geboren in 2009 en bekend met een verstandelijke beperking en psychische stoornissen, vroeg in 2019 Wlz-zorg aan. Het CIZ wees deze aanvraag aanvankelijk af omdat geen blijvende behoefte aan 24-uurs zorg nabijheid kon worden vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat het toegewezen zorgprofiel VG04 niet passend was en dat de indicatie eerder dan 6 februari 2023 had moeten ingaan. Het CIZ handhaafde het standpunt dat VG04 het best passende zorgprofiel is en dat de ingangsdatum juist is vastgesteld op basis van deskundige onderbouwing.
De Raad oordeelde dat de rechtbank terecht het eerste besluit in stand hield en dat het CIZ terecht het zorgprofiel VG04 had gekozen. De Raad vond geen aanleiding voor een eerdere ingangsdatum van de indicatie. Het beroep werd ongegrond verklaard en appellant kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de besluiten van het CIZ blijven in stand.