In deze bestuursrechtelijke zaak bij de Centrale Raad van Beroep staat centraal of het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek het hoorrecht van appellant heeft geschonden en of het stellen van een voorwaarde aan de toekenning van bijzondere bijstand voor griffierecht gerechtvaardigd is.
Appellant werd uitgenodigd voor een hoorzitting, maar door korte reactietermijnen en het niet zoeken van alternatieve communicatiewegen vond deze niet plaats. De Raad oordeelt dat dit in strijd is met de vereiste zorgvuldigheid, maar dat appellant niet benadeeld is omdat hij zijn bezwaren alsnog schriftelijk en mondeling kon toelichten. Daarom wordt het gebrek gepasseerd.
Daarnaast mocht het dagelijks bestuur aan de bijzondere bijstand de voorwaarde verbinden dat appellant aannemelijk maakt dat de rechtbank de betaling van griffierecht heeft gevorderd. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen omdat de totale procedure niet langer dan vier jaar heeft geduurd.
De Raad verklaart het beroep ongegrond, handhaaft het bestreden besluit, veroordeelt het dagelijks bestuur tot vergoeding van proceskosten en wijst het verzoek om schadevergoeding af.