Appellant was vrachtwagenchauffeur en meldde zich ziek met diverse klachten. Het UWV kende hem een WGA-uitkering toe, later gevolgd door een IVA-uitkering die vervolgens op 19 november 2019 werd ingetrokken. Appellant verzocht om herziening van dit besluit, stellende dat hij voldeed aan het duurzaamheidscriterium.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat het herzieningsverzoek onvoldoende was onderbouwd en het UWV terecht het verzoek afwees. De Centrale Raad van Beroep volgde dit oordeel en oordeelde dat de brief van 19 november 2019 als besluit moet worden gelezen, dat het besluit bevoegdelijk is genomen en dat de UWV-arts terecht concludeerde dat verbetering van de belastbaarheid niet is uitgesloten.
Appellant kon niet aantonen dat het UWV onjuist had gehandeld of dat er geen behandelopties meer waren. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.