ECLI:NL:CRVB:2023:1802
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WIA-uitkering en toekenning schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellante was laatstelijk werkzaam als personal assistent en meldde zich ziek op 9 oktober 2013. Het UWV stelde op 20 maart 2018 vast dat zij 71,42% arbeidsongeschikt is en wijzigde haar WIA-uitkering niet. Appellante maakte bezwaar en stelde dat zij meer beperkingen heeft dan aangenomen, maar dit werd door het UWV en de rechtbank niet gevolgd.
In hoger beroep benoemde de Raad een onafhankelijke psychiater die concludeerde dat het UWV de beperkingen juist had vastgesteld, met enkele aanbevelingen voor nadere beoordeling van emotionele en sociale beperkingen. Het UWV hield vast aan zijn standpunt en de Raad volgde dit, oordeelde dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn en verwierp het beroep van appellante.
Appellante verzocht tevens om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Raad constateerde dat de totale procedure circa vijf jaar en vijf maanden duurde, wat ruim boven de redelijke termijn van vier jaar ligt. De Staat werd veroordeeld tot betaling van €1.500,- schadevergoeding en proceskosten van €418,50 aan appellante.
De Raad bevestigde daarmee de vaststelling van 71,42% arbeidsongeschiktheid en het besluit van het UWV om de WIA-uitkering niet te wijzigen, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De WIA-uitkering van appellante blijft ongewijzigd en de Staat wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.