Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, een vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), vroeg in januari 2022 een vergoeding voor de aanschaf van een auto nadat haar eerdere auto total loss raakte bij een ongeval.
De Sociale verzekeringsbank wees de aanvraag af omdat appellante niet meer voldeed aan de voorwaarden, met name het ontbreken van een geldig rijbewijs en het feit dat zij alleenstaand is zonder samenwonende partner met rijbewijs. Appellante liet zich rijden door een buurman, maar dit voldoet niet aan de strikte persoonsgebondenheid van de voorziening.
In het beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat de Wuv-voorziening strikt persoonsgebonden is en dat het rijden met derden niet gelijkgesteld kan worden aan zelf rijden of een samenwonende partner met rijbewijs. Het verzoek om vergoeding van vervoerskosten viel buiten de reikwijdte van het geding.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de afwijzing van de vergoeding en wees het griffierecht en proceskostenvergoedingen af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de vergoeding voor de aanschaf van een auto blijft in stand.