ECLI:NL:CRVB:2020:92
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding busje voor scootmobiel wegens ontbreken geldig rijbewijs en samenwonende partner
Appellant, erkend als burger-oorlogsslachtoffer met lichamelijke en psychische invaliditeit, verzocht om vergoeding voor de aanschaf van een busje met laadklep om zijn scootmobiel te vervoeren. Verweerder wees dit verzoek af omdat appellant geen geldig rijbewijs bezit en ook geen samenwonende partner heeft met een rijbewijs.
De Raad bevestigt dat voorzieningen op grond van de Wubo strikt persoonsgebonden zijn en dat voor een vergoeding van een auto geldt dat de betrokkene of diens samenwonende partner een geldig rijbewijs moet hebben. Mantelzorgers kunnen deze rol niet overnemen omdat dit zou leiden tot gebruik door anderen dan de betrokkene.
Gezien het ontbreken van een geldig rijbewijs bij appellant en het ontbreken van een samenwonende partner met rijbewijs, is de afwijzing terecht. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de vergoeding voor de aanschaf van een busje wordt ongegrond verklaard.