Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Samenvatting
Inleiding
Het oordeel van de Raad
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant vroeg een Wajong-uitkering aan, maar het UWV wees deze af omdat hij in de periode 2005-2010 over arbeidsvermogen beschikte. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat appellant minimaal vier uur per dag belastbaar was en over basale werknemersvaardigheden beschikte.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij duurzaam niet arbeidsbekwaam was en minder dan twee uur per dag belastbaar zou zijn, onderbouwd met medische verklaringen en een Wlz-indicatie. De Raad oordeelde dat deze informatie niet op de beoordelingsperiode van toepassing was en dat de bewijslast bij een laattijdige aanvraag bij appellant ligt.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellant in de relevante periode arbeidsvermogen had en niet als jonggehandicapte kan worden aangemerkt. Het hoger beroep werd verworpen, de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand en appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen in de beoordelingsperiode.