ECLI:NL:CRVB:2023:160
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder tijdelijk verblijf
Appellant ontving bijstand als alleenstaande en werd onderzocht nadat bleek dat X met haar kinderen op het uitkeringsadres verbleef. Het college schortte de bijstand op en trok deze later in, met terugvordering van kosten en een boete. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond voor intrekking en terugvordering, en niet-ontvankelijk voor opschorting.
In hoger beroep voerde appellant aan dat X tijdelijk verbleef vanwege medische redenen en haar hoofdverblijf elders was. De Raad oordeelde dat het verblijf van X op het uitkeringsadres feitelijk was, met persoonlijke eigendommen en schoolgaande kinderen ter plaatse, en dat motieven voor tijdelijk verblijf niet relevant zijn.
De Raad bevestigde dat het hoofdverblijf bepalend is voor gezamenlijke huishouding en dat tijdelijk verblijf niet werd aangetoond. Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding zonder tijdelijk verblijf.