ECLI:NL:CRVB:2023:16
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ingangsdatum pgb-ondersteuning zelfzorg en gezondheid op 16 maart 2020
Appellante heeft een persoonsgebonden budget (pgb) ontvangen voor ondersteuning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015), waaronder ondersteuning bij zelfzorg en gezondheid. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam stelde de ingangsdatum van deze ondersteuning vast op 16 maart 2020, ondanks het verzoek van appellante om terug te gaan tot 18 februari 2018, de datum van haar eerste melding.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat de ondersteuning vanaf 18 februari 2018 had moeten ingaan, mede vanwege de verwijzing tussen zorgverzekeraar en gemeente. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het college voldoende heeft gemotiveerd waarom terugwerkende kracht tot 16 maart 2020 passend is en dat appellante geen bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd die een eerdere ingangsdatum rechtvaardigen.
De Raad benadrukt dat appellante de mogelijkheid had om tegen eerdere besluiten bezwaar te maken, wat zij niet heeft gedaan. Gezien het tijdsverloop en het ontbreken van rechtsmiddelen, is het college niet tekortgeschoten in de vaststelling van de ingangsdatum. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De ingangsdatum van de pgb-ondersteuning voor zelfzorg en gezondheid wordt bevestigd op 16 maart 2020; het hoger beroep wordt afgewezen.