ECLI:NL:CRVB:2023:1557
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Betrokkene diende een aanvraag in voor een WIA-uitkering na ziekmelding in 2017 en werd door het UWV beoordeeld als minder dan 35% arbeidsongeschikt. De rechtbank Amsterdam vernietigde het besluit van het UWV wegens een onzorgvuldig en onvolledig medisch onderzoek. Volgens de rechtbank was onvoldoende rekening gehouden met de ernst van de aandoening en de beperkingen van betrokkene.
Het UWV ging in hoger beroep en stelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was uitgevoerd, met uitgebreide rapportages van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, waarin rekening was gehouden met alle klachten en richtlijnen zoals de fibromyalgie- en duurbelastbaarheidsrichtlijnen. De Raad volgde het UWV en oordeelde dat het onderzoek adequaat was gemotiveerd en dat de beperkingen juist waren vastgesteld.
De Raad concludeerde dat betrokkene niet voldoende had onderbouwd dat haar beperkingen verder gingen dan vastgesteld en dat zij geschikt was voor de geselecteerde functies. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard, waardoor de weigering van de WIA-uitkering in stand bleef.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht de WIA-uitkering heeft geweigerd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.