ECLI:NL:CRVB:2023:1546
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging vliegtoelage politiehelikopterpiloot blijft in stand
Appellante, werkzaam als politiehelikopterpiloot sinds 2009, kreeg op 27 augustus 2019 een beperking opgelegd voor single pilot IFR vliegen. Haar Type Rating EC 135/635 SP IR verliep op 30 november 2019, waarna zij niet meer voldeed aan de functie-eisen zoals vastgelegd in het Basic Operations Manual (BOM).
Ondanks haar wens om weer operationeel te vliegen in januari 2021, slaagde zij er niet in de vereiste recurrency training succesvol af te ronden. De korpschef beëindigde daarop de vliegtoelage met ingang van 30 november 2019, met een afbouwregeling vanaf 1 december 2021.
Appellante maakte bezwaar tegen deze beëindiging, maar dit werd ongegrond verklaard door de korpschef en later ook door de rechtbank. In hoger beroep voerde zij aan dat zij nog bevoegd was om te vliegen en inzetbaar als tweede piloot, en dat het beleid onredelijk was aangescherpt. De Raad oordeelde dat de vliegtoelage onlosmakelijk verbonden is aan het voldoen aan de functie-eisen en dat de korpschef bevoegd was het beleid te bepalen.
De Raad verwierp ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en concludeerde dat geen bijzondere omstandigheden bestonden om van het beleid af te wijken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waarmee de beëindiging van de vliegtoelage definitief in stand bleef.
Uitkomst: De beëindiging van de vliegtoelage van appellante blijft in stand.