ECLI:NL:CRVB:2023:154
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor woninginrichting wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante, die sinds 2018 bijstand ontvangt, vroeg bijzondere bijstand aan voor woninginrichting ter hoogte van €7.117,88. Het college wees dit af omdat de kosten als incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten worden beschouwd en appellante deze had kunnen reserveren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat bijzondere omstandigheden, waaronder mishandeling en bedreiging door haar ex-partner, haar verhinderden te reserveren.
De Raad oordeelde dat de kosten van woninginrichting inderdaad noodzakelijk zijn maar dat deze kosten voorzienbaar waren, mede omdat appellante sinds oktober 2018 in crisisopvang verbleef en vanaf oktober 2019 een urgentieverklaring had. De keuze van appellante om beschikbare middelen aan schulden af te lossen in plaats van te reserveren voor inrichting is haar eigen verantwoordelijkheid en kan niet leiden tot recht op bijzondere bijstand.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 17 januari 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand voor woninginrichting bevestigd.