ECLI:NL:CRVB:2023:1447
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verzet tegen onbevoegdverklaring hoger beroep in socialezekerheidszaak
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een verzetsuitspraak waarin het verzet ongegrond werd verklaard en misbruik van recht werd vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat tegen een uitspraak op verzet geen hoger beroep mogelijk is, tenzij er sprake is van een ernstige schending van fundamentele rechtsbeginselen.
Appellant stelde dat het recht om gehoord te worden was geschonden, verwijzend naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Raad constateerde echter dat appellant tijdens de zitting in de verzetszaak voldoende gelegenheid had gehad om zijn standpunt toe te lichten. Het feit dat appellant niet opnieuw werd gehoord na het overleggen van aanvullend bewijs door het bestuursorgaan, vormde geen schending van fundamentele rechtsbeginselen.
De Raad concludeerde dat er geen reden was om het appelverbod te doorbreken, ook niet vanwege het inhoudelijke oordeel van de rechtbank. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en appellant kreeg geen vergoeding voor proceskosten.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het appelverbod wordt bevestigd.