ECLI:NL:CRVB:2023:1439
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellant, voormalig chauffeur/bedrijfsleider, ontving sinds 2010 een WIA-uitkering vanwege volledige arbeidsongeschiktheid. Na diverse herbeoordelingen en medische onderzoeken heeft het UWV de uitkering per 24 september 2021 beëindigd, omdat de arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op 26,18%, onder de 35%-grens.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en objectief was uitgevoerd door Sitagre en dat de vastgestelde belastbaarheid adequaat was gemotiveerd. De Raad onderschrijft dit oordeel en wijst de stellingen van appellant over onzorgvuldigheid, gebrek aan onafhankelijkheid en onvoldoende rekening houden met medische verklaringen af.
Appellant had verzocht om een onafhankelijke deskundige en stelde dat het UWV het verbod van reformatio in peius had geschonden, maar de Raad volgt deze argumenten niet. De medische beperkingen zijn adequaat vastgesteld, de geselecteerde functies passend en het verbod op verslechtering na bezwaar is niet geschonden omdat de beëindiging per een toekomstige datum plaatsvond.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de WIA-uitkering blijft in stand. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.