Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Samenvatting
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;
- verklaart het incidenteel hoger beroep niet-ontvankelijk.
Centrale Raad van Beroep
Appellanten ontvingen bijstand en kregen deze met terugwerkende kracht toegekend. Het college hield bedragen in die appellanten van X hadden ontvangen, omdat deze gelden als middelen werden aangemerkt die de bijstand verlagen.
Appellanten stelden dat het om leningen ging die bedoeld waren voor levensonderhoud en dat deze terugbetaald zouden worden, onderbouwd met achteraf opgemaakte leenovereenkomsten. De rechtbank oordeelde dat de inhoudingen terecht waren omdat geen sprake was van een situatie waarin appellanten aangewezen waren op het aangaan van leningen.
De Raad verbeterde de motivering van de rechtbank en stelde dat appellanten niet aannemelijk maakten dat bij de betaling de afspraak bestond dat het leningen betrof voor levensonderhoud. Ook was er sprake van ander toereikend inkomen, waaronder een pensioenafkoop en voorschotten. Het incidenteel hoger beroep van het college werd niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten en wees het hoger beroep van appellanten af. Appellanten kregen geen proceskostenvergoeding en het betaalde griffierecht werd niet teruggegeven.
Uitkomst: De ontvangen bedragen van X worden terecht verrekend met de bijstand omdat appellanten niet aannemelijk maakten dat het leningen voor levensonderhoud betrof.