ECLI:NL:CRVB:2023:125
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering wachtgeld wegens niet gemelde neveninkomsten
Appellant, voormalig medewerker van het ministerie van Defensie, ontving vanaf 2002 wachtgeld. Na een onderzoek naar neveninkomsten over 2018 bleek dat appellant inkomsten had genoten die niet waren gemeld. De staatssecretaris stelde vast dat er teveel wachtgeld was verstrekt en besloot dit te herzien en terug te vorderen.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar de staatssecretaris verklaarde deze bezwaren ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond, waarbij werd overwogen dat appellant verplicht was zijn inkomsten te melden en dat de staatssecretaris bevoegd was tot terugvordering.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn eerdere gronden, maar de Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank. De Raad benadrukte dat de bevoegdheid tot terugvordering op grond van de Ambtenarenwet discretionair is en dat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden door zijn inkomsten niet te melden. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering van € 8.190,43 wachtgeld wordt bevestigd.