ECLI:NL:CRVB:2023:1176
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken machtiging bij bezwaar herziening eigen bijdrage beschermd wonen Wmo 2015
Appellante verbleef van oktober 2017 tot maart 2019 in een instelling voor beschermd wonen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het CAK herzag de eigen bijdrage van appellante en bracht deze in rekening. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard door het CAK en bevestigd door de rechtbank Gelderland.
Namens appellante hebben haar pleegouders hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. Het beroepschrift was echter niet door appellante zelf ondertekend en er was geen schriftelijke machtiging van appellante aan de pleegouders overgelegd. De Raad heeft de pleegouders meerdere malen in de gelegenheid gesteld dit gebrek te herstellen, maar zij hebben verklaard geen machtiging te hebben en appellante wil geen nieuwe machtiging afgeven.
De Raad oordeelt dat appellante, nu het bewind is opgeheven, geacht wordt zelf te kunnen beslissen over het instellen van rechtsmiddelen. Omdat appellante geen hoger beroep wenst in te stellen en geen machtiging heeft verleend, kan het hoger beroep niet tegen haar wil worden voortgezet. Daarom verklaart de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk. De Raad erkent de zorgen van de pleegouders over de kwetsbaarheid van appellante, maar dit is geen grond voor voortzetting zonder machtiging. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging van appellante.