ECLI:NL:CRVB:2015:441
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken machtiging bewindvoerder
Appellante is onder bewind gesteld en heeft via haar gemachtigde Schippers hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het CAK over haar eigen bijdrage Zorg met Verblijf. De rechtbank had het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet door de indiener zelf was ondertekend en er geen schriftelijke machtiging van de bewindvoerder was overgelegd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze niet-ontvankelijkheid. Volgens de Awb moet een beroepschrift ondertekend zijn door de indiener of iemand die daartoe schriftelijk is gemachtigd. Omdat appellante onbekwaam is, dient haar bewindvoerder haar in rechte te vertegenwoordigen en moet een machtiging van deze bewindvoerder worden overgelegd.
Schippers heeft geen machtiging kunnen overleggen en stelde dat dit niet nodig was omdat de bewindvoerder niet functioneert. De Raad volgt dit standpunt niet en oordeelt dat het ontbreken van de machtiging een verzuim is dat niet is hersteld binnen de gestelde termijn.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het hoger beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging van de bewindvoerder.