ECLI:NL:CRVB:2023:1152
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor trapbekleding, schuuronderhoud, gordijnen en ventilator
Appellant heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen meerdere aanvragen om bijzondere bijstand ingediend voor kosten van trapbekleding, onderhoud van de schuur, gordijnen en een ventilator. Het college wees deze aanvragen af, waarna appellant bezwaar maakte, dat eveneens werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad toetste of de rechtbank het bestreden besluit terecht in stand had gelaten. De kernvraag was of appellant aannemelijk had gemaakt dat bijzondere omstandigheden hem verhinderden om te reserveren voor de kosten of deze via gespreide betaling te voldoen, en of de kosten noodzakelijk waren. Appellant stelde dat hij pas sinds 2017 bijstand ontvangt en eerder veel woonkosten had, en dat hij een saneringskrediet had aangevraagd. Ook voerde hij aan dat een ventilator noodzakelijk is vanwege de hitte.
De Raad oordeelde dat appellant niet had aangetoond dat bijzondere omstandigheden het niet reserveren of het ontbreken van gespreide betaling rechtvaardigen. Het enkele feit dat hij schulden heeft en pas sinds 2017 bijstand ontvangt, is onvoldoende. De aanvraag voor een saneringskrediet en lopende gesprekken vormen geen minnelijke schuldregeling zoals vereist. Daarnaast is niet aannemelijk gemaakt dat de ventilator noodzakelijk is, bijvoorbeeld om medische redenen. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees de vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvragen om bijzondere bijstand wordt bevestigd omdat appellant geen bijzondere omstandigheden aannemelijk heeft gemaakt.