ECLI:NL:CRVB:2023:1067
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 55,59% met passende functieduiding
Appellante ontving sinds 2018 een WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 42,09%, welke in 2020 werd verhoogd naar 72,16% na een medische herbeoordeling. Het bezwaar van appellante tegen deze verhoging werd door het UWV ongegrond verklaard, maar het besluit werd herroepen en het percentage aangepast naar 55,59% met ingang van 1 oktober 2021.
De rechtbank Rotterdam vernietigde het bestreden besluit en stelde de arbeidsongeschiktheid vast op 55,59% met een resterende verdiencapaciteit van €1.520,17 per maand. De rechtbank vond het medisch onderzoek zorgvuldig en voldoende gemotiveerd, waarbij de verzekeringsarts de beperkingen en diagnoses zoals paniekklachten, rugpijn en tinnitus onderbouwde. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen werden onderschat en dat de functieduiding onjuist was, mede onderbouwd met een neuroloograpport.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en oordeelde dat er geen aanleiding is om te twijfelen aan het medisch oordeel. De Raad bevestigde dat het UWV de functieduiding adequaat heeft gemotiveerd en dat het bijduiden van functies in deze situatie toelaatbaar is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 55,59% met ingang van 1 oktober 2021.