Uitspraak
22 1353 WIA
7 maart 2022, 21/4696 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant, laatstelijk heftruckchauffeur, meldde zich ziek wegens lichamelijke en psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was, en weigerde de uitkering.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het UWV handhaafde het besluit na aanvullend onderzoek. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat er geen objectieve medische informatie was die twijfel aan de beoordeling rechtvaardigde.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn behandelend arts had geadviseerd minder te werken vanwege handklachten, maar dit werd door de verzekeringsarts bezwaar en beroep gemotiveerd weerlegd. De Raad concludeerde dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid terecht had vastgesteld en het besluit correct was genomen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.