Uitspraak
22.3004 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
A.L.K. Dagmar als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 mei 2023.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam als medewerker customer service en meldde zich ziek op 5 december 2016. Zij ontving een WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%, die later werd herbeoordeeld en vastgesteld op 47,78%. Na bezwaar en een aanvullend medisch onderzoek door een verzekeringsarts bezwaar en beroep op 30 mei 2022, werden aanvullende beperkingen vastgesteld, waaronder beperkingen door PTSS, Raynaud en medicijngebruik.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld. Appellante stelde in hoger beroep dat zij meer beperkingen had, onder meer vanwege overbelasting, duizeligheid door medicatie en ontstekingen aan het bekken, maar kon dit niet met objectieve medische stukken onderbouwen.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en oordeelde dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid en de beperkingen op juiste wijze had vastgesteld. De Raad wees erop dat de vermindering van de uitkering pas na 24 maanden ingaat, waardoor appellante tijd heeft om aan de inkomenseis te voldoen. De medische klachten en beperkingen zijn zorgvuldig beoordeeld en onderbouwd, en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 47,78% wordt bevestigd.