ECLI:NL:RBDHA:2022:8384
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WIA-uitkering ondanks bezwaar wegens onvoldoende aanvullende beperkingen
Eiseres, voormalig medewerker customer service, ontving sinds 2019 een WIA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na een herbeoordeling in 2020 verlaagde verweerder haar uitkering naar 47,78%, gebaseerd op rapportages van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen die beperkingen en belastbaarheid vaststelden.
Eiseres stelde dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat haar arbeidsongeschiktheid hoger was dan vastgesteld, onder meer vanwege toegenomen psychische en lichamelijke klachten en onvoldoende meegenomen medische informatie. Verweerder voerde nader onderzoek uit, waarbij eiseres werd onderzocht en aanvullende medische gegevens werden betrokken.
De rechtbank oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat meer beperkingen moesten worden aangenomen. Ook de arbeidsdeskundige rapportages ondersteunden de conclusie dat eiseres 47,78% arbeidsongeschikt bleef. Hoewel het bestreden besluit niet zorgvuldig tot stand was gekomen, was er geen benadeling, zodat het besluit in stand bleef.
Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit tot verlaging van de WIA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de verlaging van de WIA-uitkering naar 47,78% en verklaart het beroep ongegrond.