ECLI:NL:CRVB:2022:963
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten ondanks auto-ongeval
Appellant ontving een WW-uitkering en had op 6 september 2017 een auto-ongeval. Hij meldde zich ziek en kreeg een Ziektewetuitkering, die later werd beëindigd. Het UWV verlaagde de WW-uitkering van appellant met 25% wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten in de periode van 8 augustus tot en met 4 september 2017. Na bezwaar werd dit verlaagd tot 15% vanwege verminderde verwijtbaarheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat appellant kon solliciteren en geen medische belemmeringen had. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij door medische klachten niet kon solliciteren en dat het UWV een verkeerde toetsingsmaatstaf hanteerde.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en stelt vast dat de verzekeringsarts in een aanvullend rapport heeft toegelicht dat appellant in staat was om te solliciteren. Er is geen bewijs dat het UWV een verkeerde toetsingsmaatstaf heeft gehanteerd. Het UWV heeft op grond van verminderde verwijtbaarheid de lichtste maatregel toegepast. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de WW-uitkering met 15% gedurende vier maanden wordt bevestigd wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten.