ECLI:NL:CRVB:2020:2755
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziekengeld op grond van voldoende medische geschiktheid voor passende functie
Appellant was tot 2014 werkzaam als chauffeur en meldde zich in 2012 ziek. Het UWV weigerde een WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en achtte hem geschikt voor diverse functies. Na een auto-ongeval in 2017 meldde appellant zich opnieuw ziek. Het UWV beëindigde het ziekengeld per 30 oktober 2017, omdat appellant geschikt werd geacht voor de functie van teeltmedewerker plantenkwekerij.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de klachten niet werden ondersteund door objectieve medische gegevens. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de arbeidskundige beoordeling onjuist was, dat de functie van medewerker tuinbouw verouderd is en dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was vanwege het niet toepassen van het Protocol Whiplash associated disorder.
De Raad overwoog dat het recht op ziekengeld afhankelijk is van ongeschiktheid voor de laatstelijk verrichte arbeid of, na afloop van de maximale ziekengeldtermijn, voor passende functies zoals vastgesteld bij de WIA-beoordeling. De medische beoordeling was zorgvuldig, met inachtneming van het Protocol en eerdere deskundigenrapporten. De functie van medewerker tuinbouw is passend en het standpunt dat deze functie verouderd is, faalt omdat arbeidskundige aspecten in deze beoordeling buiten beschouwing blijven.
De Raad concludeert dat het UWV terecht het ziekengeld heeft beëindigd en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het ziekengeld van appellant is terecht per 30 oktober 2017 beëindigd wegens geschiktheid voor een passende functie.