ECLI:NL:CRVB:2022:958
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaamheid arbeidsongeschiktheid voor IVA-uitkering op grond van Wet WIA
Appellante is volledig arbeidsongeschikt verklaard per 20 december 2016 en vordert een IVA-uitkering op grond van de Wet WIA. De kern van het geschil betreft de vraag of haar arbeidsongeschiktheid duurzaam is. De rechtbank volgde het oordeel van een door haar ingeschakelde onafhankelijke verzekeringsarts die concludeerde dat er een meer dan geringe kans op herstel bestaat, mede omdat behandelmogelijkheden nog niet volledig zijn benut.
De Raad heeft de medische rapporten en het deskundigenonderzoek zorgvuldig beoordeeld, waarbij ook het advies van de Gezondheidsraad over ME/CVS is betrokken. Hoewel appellante stelt dat haar aandoeningen chronisch en progressief zijn, oordeelt de Raad dat de beperkingen niet duurzaam zijn omdat er nog behandelmogelijkheden zijn die verbetering kunnen brengen.
De Raad wijst erop dat de situatie van appellante niet vergelijkbaar is met eerdere uitspraken waarin geen behandelopties waren. De medische beoordeling is voldoende gemotiveerd en onpartijdig. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd; appellante heeft geen recht op een IVA-uitkering wegens niet-duurzame arbeidsongeschiktheid.