Appellante, woonachtig in Zwitserland en gerechtigd tot zorg op grond van de Zorgverzekeringswet in verbinding met EU-verordening 883/2004, maakte tijdens vakantie in Dubai medische kosten die zij bij het CAK declareerde. Het CAK wees de vergoeding af omdat zij niet bevoegd was voor kosten buiten de EU en appellante niet verzekerd was volgens de Zvw.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellante dat Nederland als pensioenland de kosten moest vergoeden. Tijdens de procedure bleek dat de kosten inmiddels door het Zwitserse orgaan Gemeinsamen Einrichtung KVG waren vergoed, naar aanleiding van een Zwitserse rechterlijke uitspraak.
De Raad stelde vast dat procesbelang ontbreekt omdat het beoogde resultaat al is bereikt en een uitspraak geen feitelijke betekenis meer heeft. Het door appellante aangevoerde hypothetische belang voor toekomstige reisverzekeringen is onvoldoende. Het hoger beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.