ECLI:NL:CRVB:2022:94
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep door CIZ
Het CIZ heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel, maar dit hoger beroep later ingetrokken. Betrokkene verzocht het CIZ te veroordelen in de proceskosten die redelijkerwijs zijn gemaakt in verband met de behandeling van het hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep heeft het verzoek beoordeeld zonder zitting, op grond van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad overweegt dat bij intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan in beginsel een proceskostenveroordeling wordt uitgesproken, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. Het CIZ stelde dat de intrekking verband hield met eerdere uitspraken van de Raad, maar dit vormt geen bijzondere omstandigheid. Daarom veroordeelt de Raad het CIZ tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.
De proceskosten worden begroot op € 759,- voor verleende rechtsbijstand en daarnaast worden reiskosten van € 17,40 toegekend. Vergoeding van de eigen bijdrage voor rechtsbijstand wordt afgewezen, omdat deze niet voor vergoeding in aanmerking komt volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door rechter E.J. Otten en griffier K.R. van Renswoude op 13 januari 2022.
Uitkomst: Het CIZ wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 776,40.